Trombosedienst Starlet-DC

De trombosedienst zorgt voor de dosering van medicatie bij mensen die antistollingsmedicatie slikken. Dit zijn medicijnen die de stolling van het bloed verminderen of vertragen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd.

De trombosedienst Starlet-DC is voor vragen en mededelingen telefonisch bereikbaar op:

  • Werkdagen van 8:00-16:30 uur via tel.nr. 085-7731450.
  • Buiten kantooruren, in weekenden of op feestdagen kunt in geval van spoed contact opnemen met tel.nr. 06-57382484.

Een afspraak?

Wanneer u een nieuwe patiënt bent bij de trombosedienst krijgt u een intakegesprek. Tijdens dit gesprek leggen wij uit:

  • Hoe de trombosedienst werkt
  • Op welke locaties, dagen en tijden u bloed kunt laten afnemen
  • Welke informatie u aantreft op de doseerkalender
  • Dat deze kalender bij de eerstvolgende bloedafname meegebracht moet worden
  • Welke informatie belangrijk is om door te geven aan de trombosedienst (ziekte, verandering medicatie, bloedingen, operaties, vaccinaties, etc.)
  • Wat u moet doen als u de kalender niet heeft ontvangen
  • Hoe u de trombosedienst kunt bereiken

Priklocaties

Voor een overzicht van de priklocaties verwijzen we u graag naar de pagina van ons laboratorium. Hier staan alle locaties vermeld.

Behandelingen

Om de dosering van de antistollingsmedicatie te controleren, nemen de medewerkers van de Trombosedienst bloed af. Dat analyseren we in het Klinisch Chemisch Laboratorium.

In het bloed wordt de INR bepaald (International Normalised Ratio). Hieruit kan men opmaken of het bloed voldoende ontstold is om trombose te voorkomen. De Trombosedienst verzorgt op basis van de laboratoriumuitslag het advies voor de antistollingsmedicatie voor de volgende periode.

Aan het eind van de periode komt u weer bloedprikken en kan de Trombosedienst een nieuw doseringsadvies voor de volgende periode geven.

Nieuwe afnamemethode voor de INR meting

Graag informeren wij u over de nieuwe afnamemethode ten behoeve van onze trombosedienstzorg. Lees meer informatie over deze nieuwe methode.

Veelgestelde vragen Trombosedienst

Als u bloedverdunners gebruikt moet u altijd rekening houden met een aantal zaken, we hebben voor u een aantal belangrijke zaken verzameld.

De antistollingsmedicijnen fenprocoumon en acenocoumarol worden volgens een vast schema gedoseerd, het zogenaamde doseerschema. Op dit doseerschema, dat u de dag na de INR controle van de trombosedienst ontvangt, staat aangegeven hoeveel tabletten u iedere dag moet innemen. Het is belangrijk dat u alle tabletten tegelijk op een vast tijdstip inneemt (bij voorkeur rond 18.00 uur ’s avonds). Hierdoor kunnen wijzigingen in de antistollingsmedicatie nog dezelfde dag worden nageleefd. Het kan namelijk voorkomen dat op de dag van uw controle direct uw dosering moet worden aangepast. Als dit het geval is, dan wordt dit dezelfde dag telefonisch aan u doorgegeven door de trombosedienst. De waarden waarbinnen de INR zich moet bevinden (de streefwaarden) staan rechts boven op uw doseringsformulier vermeld.

Wanneer u uw bloedverdunners bent vergeten in te nemen kunt u de volgende ochtend de helft van de dosering innemen en in de avond uw kalender weer volgen.

Wanneer u uw bloedverdunners bent vergeten in te nemen en u merkt dit nog dezelfde avond, kan van zowel acenocoumarol als fenprocoumon de dosering alsnog worden ingenomen.

Als de dosering acenocoumarol is vergeten en u merkt dit pas de volgende dag, adviseren wij u om voor 12.00 uur de helft van de vergeten dosering in te nemen en ‘s avonds de kalender te volgen. Komt u er pas in de middag achter dat u de dosering van de vorige dag bent vergeten, dan neemt u ’s avonds om 18.00 uur 1,5 keer de normale dosering. Bij twijfel neemt u contact op met de trombosedienst.

In het geval dat fenprocoumon is vergeten is het niet noodzakelijk een hogere dagdosis in te nemen, dus de voorgeschreven dagdosis kan worden ingenomen.

Elke bloedverdunner verhoogt het risico op bloedingen. Deze kunnen gering zijn (kleine blauwe plekken, bloedend tandvlees bij het poetsen, iets hevigere menstruatie), maar ook ernstiger (grote blauwe plekken, bloed bij de urine (rode urine), bloed bij de ontlasting (zwarte ontlasting)). Wanneer er sprake is van een bloeding, kan het raadzaam zijn de controle te vervroegen. U kunt hiervoor ook altijd om advies vragen bij de trombosedienst; bij een bloeding is het ook raadzaam contact op te nemen met uw huisarts. Hoe hoger de INR, hoe hoger het risico op een bloeding. Om die reden wordt in geval van een verhoogde INR een extra controle uitgevoerd.

Wanneer u een afspraak heeft voor een ziekenhuisopname, ingreep of (tandarts-) behandeling, verzoeken wij u dit door te geven aan de trombosedienst, in ieder geval een week voor de afgesproken datum. Bij sommige ingrepen kan uw antistollingsbehandeling gewoon doorgaan, zoals bijv. bij de meeste tandheelkundige ingrepen en kleine ingrepen bij de huisarts. Bij andere ingrepen is het nodig de antistollingsbehandeling te onderbreken en in sommige gevallen te ‘overbruggen’ met een ander, korter werkend antistollingsmiddel. Zo nodig krijgt u het advies tijdelijk te stoppen met de antistollingsmedicatie of u krijgt vitamine K voorgeschreven. De trombosedienst kan u voor elke ingreep adviseren, zo nodig in overleg met uw behandelend arts. Een zorgvuldige afweging hierin is van belang om onnodige risico’s op bloedingen en trombose te voorkomen.

Bepaalde medicijnen kunnen invloed hebben op uw antistollingsbehandeling. Informeer de trombosedienst als u nieuwe medicijnen krijgt voorgeschreven. Meld ook het gebruik van vitaminepreparaten aan de trombosedienst, deze kunnen vitamine K bevatten, wat de werkzaamheid van de door u gebruikte bloedverdunners kan beïnvloeden. Zo nodig past de trombosedienst uw dosering aan of krijgt u een vervroegde controle.

Aangezien uw doseerschema medische post is, zou u deze de dag na het prikken moeten ontvangen. Natuurlijk kan het weleens voorkomen dat dit door omstandigheden een dag later is. Op uw oude kalender staat nog een dosering voor een paar extra dagen, volg deze en neem de eerstvolgende werkdag contact op met de trombosedienst. Wanneer u twijfelt welke dosering u aan mag houden dan kunt u altijd telefonisch contact opnemen met 0251 – 265180, wij zijn bereikbaar maandag t/m vrijdag van 08.00 – 16.30 uur.

Ook is het mogelijk om de kalender digitaal te ontvangen, neem hiervoor contact op met de trombosedienst (trombosedienst@rkz.nl).

Bent u opgenomen geweest dan meldt het ziekenhuis u over het algemeen aan bij de trombosedienst. Dit geven ze ook aan u door of het staat genoteerd op het aanmeldingsformulier voor de trombosedienst. Mocht dit niet duidelijk zijn, kunt u altijd contact opnemen met de trombosedienst.

Wanneer u nieuwe antistollingsmedicatie nodig hebt, kunt u bij uw huisarts of specialist een nieuw recept opvragen en bij uw apotheek inleveren. Wij adviseren u dit tijdig te doen, zodat u niet zonder medicijnen komt te zitten.

Bij langer dan drie dagen koorts, adviseren wij u contact op te nemen met de trombosedienst. Bij ernstig braken en/of diarree kunnen de antistollingsmedicijnen mogelijk minder goed worden opgenomen. Wij adviseren u dan contact op te nemen met de trombosedienst, zeker als het langer dan drie dagen duurt.

Het gebruik van alcohol kan de antistolling ontregelen. Dit geldt vooral voor overmatig en wisselend alcoholgebruik. Dit leidt dan vaak tot kortere controleperiodes voor de stollingstijd. Het advies is om de alcoholconsumptie te beperken tot maximaal twee alcoholconsumpties per dag.

Vitamine K speelt een rol bij de aanmaak van de stollingsfactoren in de lever. Toediening van extra vitamine K tijdens de antistollingsbehandeling betekent dat de lever weer vitamine K afhankelijke stollingsfactoren gaat aanmaken. Dit effect is merkbaar na drie uur, met een maximaal effect na 24 tot 36 uur. Wanneer er sprake is van een bloeding, een te hoge INR-waarde of een ingreep of operatie dan is het mogelijk dat u, op advies van de arts, vitamine K moet innemen.

De antistollingsmedicijnen fenprocoumon en acenocoumarol remmen in de lever de aanmaak van vitamine K afhankelijke stollingsfactoren. Dit verklaart waarom de gevoeligheid van antistollingsmedicatie onder meer afhankelijk is van de hoeveelheid vitamine K aanwezig in de voeding. De standaard Nederlandse keuken heeft een hoog vitamine K gehalte, met name in de winter omdat er dan meer koolachtige groenten worden gegeten. De Oosterse keuken is redelijk vitamine K arm. Het is van belang dat u gevarieerd eet om het effect van de vitamine K uit de voeding op de antistollingsbehandeling beperkt te houden. Ook tijdens de vakantie kan verandering van de voedingsgewoonten dus van invloed zijn op de INR-waarde. Vitamine K rijke voeding: bananen, boerenkool, broccoli, kippenlever, lever, melk, perziken, sla, sojabonen, spinazie, spruiten, zonnebloemolie en zuurkool, waarbij zuurkool er met kop en schouders bovenuit steekt. Vitamine K arme voeding: aardappelen, appelen, avocado, komkommer, maïs, sinaasappelen en tomaten. Bij het gebruik van vitaminesupplementen, als aanvulling op uw voeding, is het belangrijk om op het etiket na te lezen of er vitamine K is toegevoegd. In dat geval wordt het sterk afgeraden deze supplementen te gebruiken. Alleen bij zeer consequent gebruik, dus geen dag overslaan, mag dit wel gebruikt worden.

Wij vragen u om verandering in persoonlijke gegevens zoals adres, telefoonnummer, huisarts en zorgverzekering tijdig aan de trombosedienst door te geven. Uw persoonlijke gegevens zijn van belang voor de juiste verwerking van uw gegevens, zoals het juiste adres voor het toesturen van het doseerschema en het juiste telefoonnummer voor het doorgeven van de aangepaste dosis als deze op dezelfde dag gewijzigd moet worden.

Het is van belang om tijdig door te geven wanneer u op vakantie gaat. De doseerarts of de doseeradviseur zal, indien nodig, vlak voor de vakantie nog uw INR-waarde laten bepalen. Indien u langer dan 3 weken op vakantie gaat of als u zelf aangeeft dit te willen, krijgt u een vakantiebrief thuisgestuurd. Dit is een aparte brief met daarop uw persoonlijke gegevens vermeld in de gangbare taal van uw vakantiebestemming met daarin vermeld uw indicatie, waarom en welk antistollingsmedicijn u gebruikt en de drie laatste doseringen met de uitslagen. Indien medisch verantwoord krijgt u voor de hele vakantieperiode een doseringsadvies mee. Is dit niet mogelijk dan staat er op de vakantiebrief dat u zich elders moet laten controleren. In Nederland kan dit bij een andere trombosedienst, in het buitenland meestal in het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Op www.fnt.nl kunt u meer informatie raadplegen over adressen waar u een INR kunt laten bepalen. Bij een tijdsverschil en bij een verblijf van maximaal 4 weken is het verstandig u te houden aan het voorgeschreven ritme en tijden zoals in Nederland. Indien u langdurig (langer dan 4 weken) weg gaat en te maken heeft met een groot tijdsverschil is het verstandig het tijdstip van medicijninname aan te passen aan de tijden van het vakantieland. Op welke wijze u het beste deze omschakeling kunt maken, kunt u voor vertrek vragen aan de trombosedienst. Hoogteverschillen, temperatuurverschillen en verandering van voeding kunnen van invloed zijn op de INR-waarde. In het geval van een vliegreis is het verstandig om uw antistollingsmedicatie te verdelen over uw handbagage en uw koffer. Neem ook ruim voldoende antistollingsmedicatie mee (2 maal zoveel als nodig) voor het geval u langer moet blijven. In het buitenland gebruikt men namelijk andere antistollingsmedicatie dan in Nederland.

Sporten waarbij de kans op verwondingen aanwezig is, geven meer kans op bloedingscomplicaties. Oriënteer u goed op de risico’s alvorens u dit soort sporten gaat beoefenen. Diepzeeduiken is tijdens het gebruik van antistollingsmedicatie beperkt toegestaan. Reeds op vijf meter diepte loopt u het risico op oog- en oorbloedingen. Snorkelen aan de wateroppervlakte tot een diepte van drie meter is wel toegestaan. Saunabezoek wordt in de eerste twee maanden na het ontstaan van trombose afgeraden. Na deze periode zijn er van normaal saunabezoek geen schadelijke effecten bekend.

Bergsport boven de 2500 meter is te riskant voor mensen die antistollingsmedicatie gebruiken. Het risico op bloedingen, maar ook op trombose, neemt toe. Tevens is er een verhoogd risico op een ongeval en dus op bloedingen, waarbij hulpdiensten deze gebieden ook vaak moeilijk kunnen bereiken.

Antistollingsmedicatie hoeft een zwangerschap niet in de weg te staan. De antistollingsmedicatie, fenprocoumon en acenocoumarol, kunnen echter wel schadelijk zijn als u deze tijdens de zwangerschap gebruikt. Deze middelen kunnen het kind via de placenta bereiken en aangeboren afwijkingen veroorzaken. Dit geldt met name tijdens de eerste drie maanden van de zwangerschap. Wel zijn er andere antistollingsmedicijnen die geen risico vormen tijdens de zwangerschap. Denkt u bij de start van de antistollingsbehandeling zwanger te zijn, meldt dit dan direct bij uw huisarts, behandelend specialist en de trombosedienst. Bij tijdelijk gebruik van antistollingsmedicatie is het beter in die periode niet zwanger te worden. Heeft u een kinderwens en gebruikt u langdurig antistollingsmedicatie, neem dan contact op met uw huisarts, behandelend specialist en de trombosedienst. In onderling overleg kan dan het beste beleid worden uitgestippeld.

Locatie en contact

  • 085-7731450
    Werkdagen (8:30 – 16:30 uur)
  • 06-57382484
    Weekend/feestdagen (17:00 – 18:00 uur)
  • trombosedienst@starlet-dc.nl
    E-mailadres van de afdeling
  • Bezoektijden
    Bezoektijden van de afdeling
  • Folders
    Bekijk en download folders
  • Wachttijden
    Wanneer bent u aan de beurt

Specialisten Trombosedienst

Wie staat er aan mijn bed?

Vaak krijg je in het ziekenhuis meerdere zorgverleners aan je bed. De website https://www.wiestaateraanmijnbed.nl/ geeft duidelijke tekst en uitleg over de meest voorkomende zorgverleners in het ziekenhuis.